05
Fri, Mar
9 New Articles

Algemeen

DEN HAAG - Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden en een geldboete van 240.000 euro. Dat is de eis van het Openbaar Ministerie (OM) voor de rechtbank in Zwolle tegen een ondernemer verdacht van onder meer jarenlange belastingontduiking, valsheid in geschrifte en witwassen voor een bedrag van meer dan 2 miljoen euro.

De strafzaak komt voort uit het zogenaamde ‘Debet- en creditcardproject’ van de Belastingdienst. Uit onderzoek door de Belastingdienst bleek dat de man veelvuldig betalingen deed in Nederland met een creditcard, uitgegeven door een bank in Malta. De creditcard stond op naam van een BV en werd gebruikt voor privé-uitgaven. Hierdoor ontstond het vermoeden van belastingfraude. De man bleek in zijn aangifte inkomstenbelasting geen opgaaf te doen van buitenlands vermogen.

Op basis van die informatie is door de FIOD en het OM een strafrechtelijk onderzoek gestart.

Nepfacturen

Uit informatie van de autoriteiten in Malta kwam naar voren dat de verdachte mede aandeelhouder was van een vennootschap op dat eiland. Zijn belang in aandelen en dividenden uit die vennootschap vermeldde de verdachte niet in zijn aangiften inkomstenbelasting, terwijl hij wel wist van deze verplichting.

Ook stelde de FIOD vast dat de vennootschap facturen verstuurde voor niet verrichte diensten aan de BV van verdachte. Met die nepfacturen verlaagde de verdachte de in Nederland belastbare winst van de BV. Ook werden er ten onrechte, uit naam van deze Maltese vennootschap, facturen verstuurd aan afnemers voor werkzaamheden verricht door de BV. Hiermee werden inkomsten verschoven van Nederland naar het laag belaste Malta.

Belastingparadijs

De af te dragen belasting in Malta werd verder verlaagd via een tweede vennootschap, gevestigd op het Caribische belastingparadijs St. Kitts en Nevis. De verdachte bleek daar medeaandeelhouder van te zijn. Deze onderneming stuurde facturen naar de Maltese vennootschap voor verzonnen diensten. Op deze manier kwamen de opbrengsten uit Malta onbelast bij de vennootschap op het Caribische eiland terecht, waarna deze zonder enige belastingheffing werden uitgekeerd aan verdachte. De man deed opzettelijk geen melding van deze inkomsten in zijn aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2006-2013. Volgens een berekening van de Belastingdienst ging het over die jaren om bijna 800.000 euro aan inkomstenbelasting.

De BV van de verdachte heeft inmiddels de verschuldigde vennootschapsbelasting en boete betaald aan de Belastingdienst.

Witwassen

Naast het ontduiken van belasting, is de verdenking dat verdachte zich ook schuldig maakte aan witwassen. Zo nam hij in de loop van de jaren contant geld op van zijn bankrekening in Malta, dat vervolgens in Nederland werd uitgegeven.
Ook wordt hem witwassen van gelden uit Malta verweten, bij de aankoop en verbouwing van zijn huis. Verdachte wordt verder verweten dat hij fictieve hypothecaire aktes op heeft laten stellen in verband met hypothecaire leningen, met hulp van een medeverdachte die ook terecht stond. Op deze manier lijkt een bedrag van meer dan 2 miljoen euro witgewassen.

‘Belastingtrucjes’

Verdachte was bewust bezig met het ontduiken van belasting en leek daar trots op te zijn. Dat blijkt wat het OM betreft onder andere uit een door verdachte zelf verstuurd bericht ‘….wat belastingtrucjes toegepast’, dat is teruggevonden door de FIOD op zijn mobiel.
De officier van justitie vindt dat de verdachte met zijn handelen de samenleving ernstig heeft benadeeld. Belastingfraude is diefstal uit de staatskas, en daarmee heeft verdachte bijgedragen aan de ondermijning van de belastingmoraal.
Het opzetten van een schijnconstructie en het jarenlang versturen van fictieve facturen om belasting te ontduiken zijn ernstige strafbare feiten. Daar treedt het OM hard tegen op, aldus de officier tijdens de zitting. Met als eis een onvoorwaardelijke celstraf van 30 maanden en een geldboete van 240.000 euro.

In de zaak van de medeverdachte is een geldboete van 225.000 euro geëist, wegens betrokkenheid bij het witwassen en het meewerken aan het laten opstellen van de fictieve hypotheek aktes.

De rechtbank doet 18 februari uitspraak.